Logo Vlaamse Overheid en Ruimtelijke Ordening

Nieuws

24.11.2014
Aanplakking van beslissingen

We herinneren de gemeenten eraan dat de aanplakking van beslissingen belangrijke gevolgen hebben op het al dan niet starten van de beroepstermijn voor derden.

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening luidt:
Ҥ2. Een mededeling die te kennen geeft dat de vergunning is verleend, wordt door de aanvrager gedurende een periode van dertig dagen aangeplakt op de plaats waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft. De aanvrager brengt de gemeente onmiddellijk op de hoogte van de startdatum van de aanplakking. De Vlaamse Regering kan, zowel naar de inhoud als naar de vorm, aanvullende vereisten opleggen waaraan de aanplakking moet voldoen.

De gemeentesecretaris of zijn gemachtigde waakt erover dat tot aanplakking wordt overgegaan binnen een termijn van tien dagen te rekenen vanaf de datum van de ontvangst van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen.

De gemeentesecretaris of zijn gemachtigde levert op eenvoudig verzoek van elke belanghebbende, vermeld in artikel 4.7.21, §2, een gewaarmerkt afschrift van het attest van aanplakking af.”

Een aantal gemeenten leveren blijkbaar attesten van aanplakking af waarin ze – zonder verdere controle – voortgaan op de verklaring op eer van de aanvrager waarin deze verklaart dat hij tot aanplakking is overgegaan. De Raad voor Vergunningsbetwistingen aanvaardt dergelijke attesten, die louter gesteund zijn op een verklaring op eer van de aanvrager, niet. Dergelijke ‘gebrekkige’ attesten hebben tot gevolg dat de beroepstermijn voor omwonenden geen aanvang neemt. De vergunning in kwestie kan dus nog worden aangevochten, maar wordt daardoor evenwel niet onwettig.

Om aan deze bezwaren tegemoet te komen moet de gemeente dus effectief controleren of de aanvrager daadwerkelijk tot aanplakking is overgegaan (en eventueel bewijzen bijhouden, foto,…), zodat een attest van aanplakking kan worden afgeleverd dat niet louter gebaseerd is op de verklaring op eer van de aanvrager.