Logo Vlaamse Overheid en Ruimtelijke Ordening

WeekendverblijVEN

Wat zegt DE VLAAMSE CODEX Ruimtelijke Ordening over de permanente bewoning van weekendverblijven?

Wat wordt verstaan onder een weekendverblijf?

Een weekendverblijf is een hoofdzakelijk vergunde constructie, al dan niet verplaatsbaar, die op basis van de stedenbouwkundige voorschriften niet voor permanente bewoning kan bestemd worden en die aan alle volgende voorwaarden voldoet:

  • zij heeft een maximaal bouwvolume van 300 m³
  • zij is niet gelegen in een natuurgebied met wetenschappelijke waarde of natuurreservaat dat als zodanig is aangewezen op een plan van aanleg of een ruimtelijk uitvoeringsplan 
  • de woning moet voldoen aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten zoals voorzien in de Vlaamse Wooncode

Wanneer kan ik beroep doen op het tijdelijk permanent woonrecht in een weekendverblijf?

Het wijzigingsdecreet Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de bevoegde planologische overheden in eerste instantie dienen te onderzoeken of men planologische oplossingen kan bieden aan permanente bewoners van weekendverblijven. Deze planologische oplossingen kunnen ondermeer inhouden dat weekendverblijven als woongebied of als recreatief woongebied ingekleurd worden. Op basis van deze onderzoeken worden ten laatste op 30 april 2015 ruimtelijke uitvoeringsplannen vastgesteld. Wanneer hebben bewoners dan het recht om permanent te wonen in een weekendverblijf?

  1. Wanneer het wijzigingsdecreet vóór de ruimtelijke uitvoeringsplannen inwerking treedt, krijgen de permanente bewoners van weekendverblijven een tijdelijk woonrecht tot het moment dat de ruimtelijke uitvoeringsplannen in werking treden.
  2. Wanneer de ruimtelijke uitvoeringsplannen inwerking treden vóór het wijzigingsdecreet en deze geen oplossing bieden voor permanente bewoners, geldt het aanvullende woonrecht vanaf de dag van de inwerkingtreding tot en met 31 december 2029.
  3. Het woonrecht (tijdelijk en aanvullend) geeft de permanente bewoners en hun gezinsleden het recht om het weekendverblijf permanent te bewonen gedurende de periode waarbinnen het woonrecht geldt (ten laatste tot 31 december 2029). Deze bewoners dienen echter op de vooravond van de inwerkingtreding van het decreet (31 augustus 2009) sinds ten minste 1 jaar het weekendverblijf permanent te bewonen. Gedurende dit woonrecht kan het loutere gebruik als permanent verblijf geen aanleiding geven tot het opleggen van een herstelmaatregel of een straf.
  4. Na 31 december 2029 verstrijkt het woonrecht en heeft de burgemeester van de betrokken gemeente het recht een woonverbod uit te spreken ten aanzien van weekendverblijven die niet gelegen zijn in gebieden waarin verblijfsrecreatie is toegelaten.

Wanneer vervalt mijn woonrecht?

Er kunnen 5 situaties onderscheiden worden waarin het woonrecht vervalt:

  1. Wanneer een permanente bewoner van een weekendverblijf de verplichting om in te gaan op het eerste aanbod tot herhuisvesting van overheidswege niet nakomt;
  2. Wanneer een permanente bewoner het weekendverblijf niet langer als hoofdverblijfplaats betrekt;
  3. Wanneer een permanente bewoner een andere woning volledig in volle eigendom of volledig in vruchtgebruik verwerft;
  4. Wanneer een permanente bewoner een misdrijf met betrekking tot het weekendverblijf begaat;
  5. Wanneer het weekendverblijf tenietgaat of niet langer voldoet aan de vereisten vermeld in artikel 5 van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.

Bovendien is het woonrecht persoonsgebonden en niet overdraagbaar. Als de begunstigde van het woonrecht overlijdt, vervalt bijgevolg het woonrecht.

Kunnen permanente bewoners van onvergunde weekendverblijven ook genieten van het woonrecht?

Het woonrecht wordt enkel toegekend aan bewoners van hoofdzakelijk vergunde weekendverblijven. Wanneer in een gerechtelijke uitspraak werd vastgesteld dat de constructie onvergund is, kan de bewoner van het weekendverblijf niet genieten van het woonrecht.

Moeten herstelmaatregelen worden uitgevoerd wanneer men een woonrecht heeft?

Wanneer de rechter een herstelmaatregel heeft opgelegd dan moet die worden uitgevoerd. De enige manier om te ontkomen aan de verplichting die de rechter oplegde, bestaat in het voorleggen van een uitvoerbare stedenbouwkundige vergunning voor de betrokken constructie, die enkel kan worden bekomen als de stedenbouwkundige voorschriften sinds de uitspraak zijn gewijzigd en de afgifte van een vergunning mogelijk maken.

Herstelmaatregelen die al vóór de aanvang van het woonrecht waren opgelegd, kunnen tijdens het woonrecht echter niet worden uitgevoerd, zij worden geschorst. Bovendien wordt ook (de verjaring van) het recht om tot ambtshalve uitvoering van dergelijke herstelmaatregelen over te gaan geschorst.